1 Corinthians 4:1
1) uitdelers der Gr. Oikonomous. Dat is, huisverzorgers, of uitdelers van Gods huis. Namelijk in het uitdelen en bedienen van Zijn Woord en Zijne sacramenten, 1 Cor. 2:7. Zie van dit woord Luk. 16:1. 1Co 2.7 Lu 16.1 1 Corinthians 4:5
8) v¢¢r den tijd, Namelijk des oordeels, in welken Christus ook de verborgen zaken der conscientie zal aan den dag brengen; Rom. 2:16. Ro 2.16 9) hetgeen in de Gr. de verborgen dingen der duisternis. 10) de raadslagen der Dat is, met welke oprechtheid, en tot welk einde elk zijn doen in zijn dienst zal gericht hebben. Waardoor hij schijnt te bestraffen degenen, die het Evangelie wel prediken, maar meer tot hun eigen eer of om gunst van mensen, dan tot Gods eer, en uit begeerte van de zaligheid der mensen. 11) lof hebben van God. Dat is, niet alleen een openbare getuigenis van zijn weldoen, maar ook beloning; Rom. 2:6; 2 Cor. 5:10. Ro 2.6 2Co 5.10
Copyright information for
DutKant