2 Samuel 6:5

14) schellen,

Anders, trompen, cornetten.

1 Kings 6:15

34) bouwde hij

Dat is, hij beschoot de wanden met cederen planken enz. alzo in 1 Kon. 6:16.

1Ki 6.16

35) planken;

Hebreeuws, zijden; en zo in het volgende.

36) tot aan het dak

Hebreeuws, tot aan de wanden van het dak; dat is, tot aan het opperste deel des muurs, waarop het dak rust.

37) het huis

Versta dit niet van het innerste deel des huizes, maar van het voorste, genaamd het heilige.

1 Kings 6:34

65) dennenhout;

Zie boven, 1 Kon. 5:8.

1Ki 5.8

2 Kings 19:23

39) Door middel

Hebreeuws, door de hand.

40) uwer boden

Namelijk, Tartan, Rabsaris en Rabsake; boven, 2 Kon. 18:17.

2Ki 18.17

41) Libanon;

Zie van dit gebergte 1 Kon. 4:33.

1Ki 4.33

42) hoge cederbomen,

Hebreeuws, de hoogte zijner cederbomen, en de keur zijnen dennebomen. Sommigen verstaan hiermede de schone en sterke steden van Juda, die de koning van Assyri‰ ingenomen had; boven, 2 Kon. 18:13.

2Ki 18.13

43) zijn uiterste herberg,

Hebreeuws, de herberg van zijn einde, of uiterste. Versta, al de plaatsen van Judea, in wat uiterste einden of hoeken des lands dezelve zouden mogen gelegen zijn. De zin is dat de koning van Assyri‰ voorgenomen had geen plaats vrij te laten, maar het gehele land af te lopen, in te nemen en te verwoesten.

44) schonen velds.

Anders, Karmels. De naam van een aangenaam en vruchtbaar gebergte, gelegen in den stam van Issaschar, van hetwelk zie 1 Kon. 18:19; het woord schijnt hier genomen te worden voor een schone, lieflijke en vruchtbare plaats. Alzo Jes. 10:18; Jer. 2:7, en Jer. 4:26, enz.

1Ki 18.19 Isa 10.18 Jer 2.7 4.26

2 Chronicles 3:5

11) grote huis

Dat is, het voorste deel des tempels, genaamd het heilige; dat hier groot gezegd wordt, ten aanzien van het heilige der heiligen. Zie 1 Kon. 6:17.

1Ki 6.17

12) overdekte hij

Te weten, den vloer daarvan; maar de wanden werden met cederhout beschoten, 1 Kon. 6:15.

1Ki 6.15

13) ketenwerk.

Hebreeuws, ketenen.

Copyright information for DutKant