John 3:36

58) ongehoorzaam is,

Dat is, die naar zijn bevel in Hem niet gelooft, Rom. 1:5.

Ro 1.5

59) niet zien, maar

Dat is, niet genieten, Ps. 34:13.

Ps 34.12

Romans 1:16

32) ik schaam mij des Evangelies van Christus niet;

Of, ik schroom niet; dat is, ik zoek mij niet te ontslaan, of te onttrekken van het verkondigen des Evangelies, gelijk men doet van zaken, waarover men zich schaamt.

33) een kracht Gods tot zaligheid

Dat is, een krachtig middel van God daartoe verordineerd, gelijk 1 Cor. 1:18.

1Co 1.18

34) eerst den Jood,

Want het Evangelie moest eerst den Joden en daarna den heidenen verkondigd worden; Hand. 13:46.

Ac 13.46

2 Corinthians 3:6-7

15) nieuwen Testaments, niet

Of verbonds. Alzo wordt genaamd het verbond der genade, in hetwelk God Zijn volk belooft de vergeving der zonden en de rechtvaardigheid door het geloof in Christus, mitsgaders ook de vernieuwing door den Heiligen Geest, wiens kracht zich in de predikatie des Evangelies aan de harten der uitverkorenen openbaart, gelijk beloofd wordt Jer. 31:31; Ezech. 36:25; waarom ook het Evangelie een dienst des Geestes en des levens, 2 Cor. 3:6,8, en der rechtvaardigheid, 2 Cor. 3:9, wordt genaamd.

Jer 31.31 Eze 36.25 2Co 3.6,8,9

16) der letter, maar

Dat is, des verbonds van de wet, hetwelk letter genaamd wordt, omdat de wet alleen met letteren in stenen tafelen geschreven is; gelijk in 2 Cor. 3:7 verklaard wordt.

2Co 3.7

17) des Geestes; want de

Dat is, van de leer en de predikatie van het Evangelie, waardoor de Heilige Geest het geloof in ons werkt. Zie Hand. 16:14; Gal. 3:2,3, enz.

Ac 16.14 Ga 3.2,3

18) doodt, maar de Geest

Namelijk omdat de wet, hoewel zij den weg tot het leven aanwijst, den verdorven mens de kracht niet toebrengt om die te onderhouden, noch gene beloften om den overtreder de zonden te vergeven, maar vervloekt een iegelijk, die niet blijft in al wat er geschreven is, Gal. 3:10, en overtuigt ons van onze overtreding en dienvolgens dat wij den dood, die den overtreders wordt gedreigd, waardig en denzelven onderworpen zijn; Rom. 7:7, enz. Waarom ook dezelve ene bediening der verdoemenis genaamd wordt, 2 Cor. 3:9. Zie hiervan breder Rom. 8:2,3,4, en Rom. 10:3,4,5; Gal. 3:5, enz., en Gal. 4:21, enz; Hebr. 8:6, enz., waar de apostel het onderscheid van deze twee verbonden nader verklaart.

Ga 3.10 Ro 7.7 2Co 3.9 Ro 8.2,3,4 10.3,4,5 Ga 3.5 4.21 Heb 8.6

19) maakt levend.

Dat is, het Evangelie wijst niet alleen aan den weg tot het leven en de zaligheid, door het geloof in Jezus Christus, maar is ook vergezelschapt met de kracht des Heiligen Geestes, waardoor het geloof in de uitverkorenen gewrocht en bewaard wordt, en zij uit den dood der zonden opgewekt en levend gemaakt worden.

20) om de heerlijkheid zijns

Namelijk heerlijkheid des aangezichts van Mozes, welke, gelijk zij teniet gedaan is, ook een voorbeeld is geweest dat de wet, door hem gegeven, ook zou afgedaan worden. Zie de geschiedenis hiervan Exod. 34:30, en vervolgens, welke de apostel duidt als een voorbeeld op de leer van Mozes, in schaduwen en rechtvaardigmakingen der wet bestaande.

Ex 34.30

21) die teniet gedaan zou

Dit zegt de apostel van de wet van Mozes, niet alleen ten aanzien van de ceremoni‰n, die maar tot Christus' komst zouden duren, maar ook ten aanzien van de wet der tien geboden, aangaande den vloek, welken zij den overtreders dreigt, en de rechtvaardigmaking, die den daders der wet wordt beloofd; in welke beide leden zij door Christus' dood en gehoorzaamheid moest teniet gedaan worden. Zie 2 Cor. 3:11.

2Co 3.11

1 Peter 2:7-8

18) dierbaar;

Of eerlijk. Grieks dierbaarheid, of eerlijkheid; dat is, zeer eerlijk of dierbaar.

19) maar den ongehoorzamen

Namelijk in den Ps. 118:22, en Jes. 8:14, waarvan zie de verklaring Matth. 21:42; Ef. 2:20.

Ps 118.22 Isa 8.14 Mt 21.42 Eph 2.20

20) Deze is geworden tot

Namelijk voor Gods gemeente, niettegenstaande allen wederstand en woeling, die de ongehoorzamen daartegen hebben gedaan.

21) een steen des aanstoots,

Namelijk voor de ongehoorzamen zelf, die zich tegen dezen steen door ongeloof hebben gekant, gelijk 1 Petr. 2:8 verklaart.

1Pe 2.8
22) waartoe zij ook

Dat is, waartoe zij ook verordineert zijn, gelijk het woord zetten of stellen ook wordt genomen Joh. 15:16; Hand. 13:47; 1 Thess. 5:9. Niet dat God iemand zou zetten of ordineren om Zijn Woord ongehoorzaam te zijn, voor zo veel dat zonde is. Want zulks zou strijden tegen Gods natuur, Ps. 5:5; Jak. 1:13; maar omdat God door zijn rechtvaardig oordeel deze halsstarrige mensen in hunne halsstarrigheid heeft overgegeven, om deze hun ongehoorzaamheid tegen Christus meer en meer te ontdekken, Luk. 2:34; en zich zelf zo de verdiende straf en toorn Gods met hunne ongehoorzaamheid meer en meer op den hals te halen. Zie Jes. 8:14; Matth. 21:44, en de aantekeningen Rom. 1:24, en Rom. 9:17.

Joh 15.16 Ac 13.47 1Th 5.9 Ps 5.4 Jas 1.13 Lu 2.34 Isa 8.14 Mt 21.44 Ro 1.24 9.17
Copyright information for DutKant