Matthew 28:20

26) met ulieden al de dagen

Namelijk met u mijn discipelen, en al uw navolgers in mijn gemeente; en dat naar mijn godheid, majesteit, genade en geest. Zie Matth. 26:11.

Mt 26.11

27) Amen.

Wat dit woord betekent, zie Matth. 6:13; 1 Cor. 14:16; 2 Cor. 1:20, en wordt hier aan het einde van dit Evangelie, alsook van meest al de schriften des Nieuwen Testaments, bijgevoegd, om aan te wijzen de vastigheid en zekerheid van hetgeen in dezelve begrepen is, Zie Joh. 21:24.

Mt 6.13 1Co 14.16 2Co 1.20 Joh 21.24

John 3:13

23) opgevaren in den

Grieks opgeklommen; dat is, met zijn verstand doorgedrongen tot volmaakte kennis der hemelse zaken, aangaande den raad Gods van de zaligheid der mensen, om die den mensen te openbaren; Rom. 10:6.

Ro 10.6

24) nedergekomen is,

Namelijk toen Hij de menselijke natuur heeft aangenomen, en van den Vader tot een Middelaar in de wereld gezonden is.

25) Die in de hemel is.

Namelijk ten aanzien van Zijn Goddelijke natuur, naar welke Hij hemel en aarde vervult; Col. 1:17; Hebr. 1:3.

Col 1.17 Heb 1.3

John 6:33

39) het Brood Gods

Dat is, dat God den mensen geeft om eeuwiglijk te leven.

40) Hij, Die uit

Namelijk de Zoon Gods.

41) nederdaalt,

Dat is, nedergedaald is, dat is, die van den Vader tot een Middelaar is gezonden in de wereld, en tot dien einde de menselijke natuur op de aarde heeft aangenomen, Filipp. 2:6,7; 1 Tim. 3:16.

Php 2.6,7 1Ti 3.16

42) der wereld het

Dat is, de uitverkorenen en gelovigen door de gehele wereld, zowel heidenen als Joden; Joh. 11:52.

Joh 11.52

John 6:42

54) Hoe zegt Deze dan:

Dat is, hoe kan het dan waar zijn, wat deze zegt?

Copyright information for DutKant