Psalms 77:3

3) uitgestrekt

Tot God met gedurig bidden, of, uitgebreid, eigenlijk uitgeschud, uitgestort, gelijk degenen, die misbaar bedrijven, de handen nu samenslaan dan vaneen werpen, idem heen en weder bewegen, naar de gesteltenis des harten. Anders, overgoten, of overstort, te weten met tranen.

4) weigerde

Dat is, ik kon de droefheid niet verzetten of matigen; ik werd bestreden met mistroostigheid. Verg. Gen. 37:35.

Ge 37.35

Psalms 102:1

1) des verdrukten,

Of, voor den bedrukte. Versta hier de bedrukte en ellendige gevangenen in Babyloni‰.

2) overstelpt

Te weten, met angst en schrik. In deze betekenis wordt het woord overstelpen ook gebruikt Ps. 61:3, en Ps. 77:4, en Ps. 107:5, en Ps. 142:4, en Ps. 143:4.

Ps 61.2 77.3 107.5 142.3 143.4

3) uitstort

Dat is, vrijmoedig en overvloedig uit de grond des harten te kennen geeft.

Psalms 107:5

6) overstelpt.

Te weten, van angst en benauwdheid gelijk Ps. 102:1.

Ps 102.1

Psalms 142:3

Psalms 143:4

13) overstelpt in mij,

De zin is: Mij overvallen zoveel baren van den tegenspoed, de ene voor, de andere na, dat ik schier daaronder bezwijm en blijf.

14) verbaasd in het

Dit heet men gemeenlijk troosteloos. Anders: mijn hart ontzet zich zeer.

Lamentations 2:11-12

60) Mijn ogen

Dat is, ik ween zoveel dat mijne ogen daardoor bijna vergaan zijn. Wij zouden zeggen: Ik schrei mij de ogen uit. Zie Ps. 6:7,8, en de aantekening aldaar.

Ps 6.6,7

61) beroerd;

Zie boven Klaagl. 1:20.

La 1.20

62) mijn lever

Dat is, mijn inwendige delen zijn versmolten en zij ontvallen mij; of het bloed vliet weg uit mijn leven. Zie Job 16:13.

Job 16.13

63) de breuk der dochter mijns volks;

Dat is, wanneer ik aanmerk de ellendigheden en verbrekingen, die de kerk Gods lijdt; zie Jer. 4:6.

Jer 4.6

64) in onmacht zinken;

Of, bezwijmen, bezwijken; te weten van honger en dorst en gebrek van alle nooddruft. Zie Jes. 57:16.

Isa 57.16
65) zij tot hun moeders zeggen:

Te weten de kleine kinderen.

66) koren

Dat is brood, noodwendig voedsel.

67) wijn,

Om ons in onze zwakheid te verkwikken.

68) als zich hun ziel uitschudt

De zin is: Als zij hun leven weder overgeven aan hunne moeders, overmits die hun geen voedsel geven om hen in het leven te behouden.

Lamentations 2:19

104) Maak u op,

Een gebod aan de godzaligen tot bidden.

105) maak geschrei des nachts

Dat is, klaag den Heere openlijk en vrijmoediglijk uwen nood.

106) in het begin der nachtwaken,

Hebreeuws, aan het hoofd der [nacht]-wachten; dat is, te dien tijde als de nacht begint.

107) stort

Vergelijk Ps. 22:15, en Ps. 42:5, en Ps. 62:9, en Ps. 102:1.

Ps 22.14 42.4 62.8 102.1

108) uw hart uit

Dat is, al de zwarigheid, die gij in uw hart hebt.

109) handen tot Hem op

Hebreeuws, palmen. Alzo Klaagl. 2:20,22.

La 2.20,22

110) voor de ziel uwer kinderkens,

Dat is, voor het leven, gelijk Ps. 6:5. De zin is: Om te bidden dat God uw kleine kinderen wil verschonen.

Ps 6.4

111) die in onmacht gevallen zijn van honger,

Of, die versmacht zijn.

112) vooraan op alle straten.

Hebreeuws, aan het hoofd van alle straten; dat is aan alle hoeken, wegen en stegen der stad; vergelijk Jes. 51:20, en onder Klaagl. 4:1.

Isa 51.20 La 4.1
Copyright information for DutKant